Temperatuurmeting op de Werkvloer

Met dank aan Eric Alkemade van Innovatief Organiseren

Temperatuurmeting op de Werkvloer

Het is een vraag die veel leidinggevenden zich zullen stellen: “Wat wordt er besproken in de wandelgangen en bij het koffieapparaat?”. Op de werkvloer gebeurt van alles waar de (top)manager geen idee van heeft. “Het gedrag van mensen is het gevolg van hoe ze tegen de werkelijkheid aankijken en daar heeft de topmanager maar heel weinig invloed op”, aldus Professor Thijs Homan. “Mensen in organisaties worden bedolven onder de stimuli, van alle kanten, inclusief impulsen vanuit hun eigen persoonlijkheid.”

Medewerkers geven in kleine groepjes (‘petrischaaltjes’) betekenis aan die ervaringen uit de omgeving en creëren op deze wijze ‘betekeniswolken’. Die info wordt dus onderling gedeeld en is vaak niet hoorbaar en zichtbaar voor belangstellende oren van het management. Veel bedrijven proberen toch te meten wat er speelt door het organiseren van een jaarlijks of tweejaarlijks medewerkersonderzoek (MTO). Dit zijn vaak gestandaardiseerde vragenlijsten die de medewerker invult via de PC.

Onze bevindingen met deze werkwijze zijn:

  • Het percentage respondenten haalt bij lange na niet de 100%;
  • Sociaal wenselijke antwoorden lijken de norm;
  • Het is een trage meting. Er zit te veel tijd tussen de verschillende metingen;
  • Vaak vult de medewerker de lijst niet in omdat het niet anoniem is;
  • Een PC is niet voor een ieder gemakkelijk bereikbaar op de werkplek;
  • ‘Ik vul de vragenlijst niet in. Ze doen toch niks met de resultaten’;
  • Er is gewoonweg geen interesse of geen tijd.

De resultaten zijn na enige tijd terug te vinden onderin de lade. Al met al niet motiverend. Er zijn ook bureaus die maatwerk leveren. Medewerkersonderzoek voor en door medewerkers: dus geen standaardaanpak.

Uit onderzoek van Gallup blijkt dat de Nederlandse medewerker niet bijster gemotiveerd rondloopt. Gallup monitort de betrokkenheid wereldwijd sinds 2012. Schokkende cijfers van het Gallup-onderzoek: werknemersbetrokkenheid is wereldwijd een probleem en Europa loopt daarin zelfs nog achter ten opzichte van de rest van de ontwikkelde wereld. Gallup onderscheidt drie categorieën van ‘engagement’ van medewerkers: betrokken, niet betrokken en actief niet betrokken. Wereldwijd is de score respectievelijk 13%, 63% en 24%. Van de Nederlandse werknemers is 9% betrokken, 80% niet betrokken en 11% actief niet betrokken. Dat is wel even schrikken. Er valt dus veel te winnen.

De termen “engagement of betrokkenheid” komen vaak voorbij in dit verband. De kritische Rob Briner over engagement: In “What is Employee Engagement and Does it Matter? An evidence-based approach”. Briner merkt op dat er veel definities zijn voor het begrip ‘engagement‘, onduidelijkheid alom dus. Als er onduidelijkheid ontstaat bij een begrip, dan is het begrip niet of in ieder geval lastig wetenschappelijk te onderzoeken. Engagement blijkt – evidence based- dan ook lastig te meten.

Toch voel je dat een goed en veilig gevoel op de werkplek een belangrijke rol speelt. Hoe kom je hier dan achter? “Is er iets mis met de cel kijk in de omgeving”, aldus een celbioloog. Oneerbiedig gezegd is de mens een cluster gedifferentieerde cellen. Voor het meten van de gevoelstemperatuur bij medewerkers kun je dus ook naar de omgeving kijken.

Hoe kun je nu simpel de temperatuur van een afdeling cq. omgeving meten? De NikoNiko-kalender is een optie. NikoNiko betekent lachen in het Japans. Het is een systeem dat werkt met ‘smileys’ aan het eind van de werkdag. Een veel gehoord nadeel, en tegelijk voordeel, is dat dit systeem niet anoniem is. Je kunt in 1 oogopslag zien bij wie de zaken er hoe voorstaan.

Een nieuwer systeem is het anoniem aanklikken van een display. Dat werkt makkelijker. Trends zijn snel te onderkennen. Echt specifiek is de registratie niet, maar als algemene meting werkt het. Lees het verhaal uit Zweden: in de Finax-fabriek in Helsingborg  (Zweden) laten de medewerkers elke dag weten hoe ze zich voelen die dag. Ze doen dat door op een knop te drukken.

 

 

 

 

 

 

De NikoNiko-kalender en het aanklikken van een display zijn handige hulpmiddelen. De meting is gedaan en dan? De resultaten zullen moeten leiden tot actie. Anders verdwijnen deze in de al eerder genoemde lade. De metingen kunnen en moeten misschien wel aanleiding geven tot waar het om draait: een echt en open gesprek tussen de manager en de medewerker. Een vruchtbare dialoog starten is echter verre van makkelijk. Zijn managers bang voor deze gesprekken?

Wil men weten hoe het ervoor staat op de Werkvloer: vraag het gewoon aan de medewerkers en start vaker een kampvuurgesprek. Al kan dat best eng zijn in het begin!

Please follow and like us:
RSS
Follow by Email
FACEBOOK
Twitter
LinkedIn

Veilig werken: cultuurverandering vanuit een ‘keystone habit’

Met dank aan Eric Alkemade van Innovatief Organiseren

Tijdens bijeenkomsten met collega-operators gaat het vaak over hun ervaringen op de werkvloer (‘de Vloer’). De TIP-leden lopen al jaren rond op diverse Werkvloeren. De ervaringen verschillen natuurlijk per bedrijf en persoon. Ysbrand Velzeboer, één van de grondleggers van TIP, komt vanuit zijn expertise bij veel bedrijven over de Vloer. Hij is ook een getraind observator. Daarnaast is hij zelf ook een goed verteller over kleine, praktische veiligheidsmaatregelen en over grote cultuurveranderingen vanuit veiligheid.

“Iedere operator wil een kwalitatief goed product afleveren. Net zo belangrijk is natuurlijk na de werkdag gezond huiswaarts te keren. Soms houd je je hart vast als je rondloopt bij bedrijven”, aldus Velzeboer. “Regelmatig zie ik onveilige acties. Bewust of onbewust gedaan. Het verschilt ook per bedrijf hoe belangrijk die veilig werken vinden. Maar veilig handelen vereist ook bepaald gedrag. En gedrag verander je niet zo makkelijk.”

Praktische veiligheidsmaatregelen

Velzeboer somt enkele waarnemingen op van onveilig gedrag. Drie voorbeelden:

De vlamdovende prullenbakken

Pas in de 90-er jaren is het besef in de voedingsmiddelenindustrie gekomen dat er beter niet gerookt kon worden op de werkplek. Vooral vanwege het brandgevaar en niet zozeer omdat er een kans bestond dat de peuk of sigarettenas in het product terecht kwam. Men ging uit van de basiscompetentie van een doorsnee-roker: gebruik de asbak! In de voedingsmiddelenindustrie werden daarom vlamdovende prullenbakken geïntroduceerd. Het is nu een stuk veiliger. Wij kennen alleen nog maar ‘binnenbrandjes’.

Heftruck rijden, heerlijk!

Stagiairs maakten vaak dankbaar gebruik om tijdens een stageperiode vaardigheid met de heftruck op te doen. Met een instructeur? Examen doen? Welnee! Gewoon op dat ding klimmen nadat je uit je ooghoeken de handelingen van een ervaren heftruckchauffeur had bestudeerd. Bij scherpe bochten maakte je mooie zwarte sporen en luid toeterend ging je van de ene loods naar de andere. Dat waren nog eens tijden!

Het misverstand met de brandblusser!

Als een doorloop-frituuroven oververhit raakt dan moet je er snel bij zijn met het blussen. Daarom is een automatische CO2-blusinstallatie onontbeerlijk. Dat je zuinig moet zijn op deze levensreddende installatie is duidelijk. Vandaar dat de borgpin samen met de verzegeling in tact gelaten moet worden. Stel je voor dat de blusmiddelen vanzelf uit de cilinders lopen … Bedrijven die daar niet op letten, hebben vast nog geen Safety Steward.

Iedereen wil natuurlijk dat hij of zij gezond kan werken. Vaak zien we zelf niet meer wat onveilig is. “Zo doen we het altijd”, horen we vaak. Tunnelvisie heerst op zo’n moment. Het is goed om een frisse blik op de Vloer te hebben, ook qua veiligheid. En denkt u nu niet direct aan de kosten om veiligheid te creëren. ‘Veilig handelen bij alles wat we doen’ tot speerpunt levert al veel op!

Cultuurveranderingen vanuit veiligheid

Het verhaal van Alcoa bevestigt dit. Alcoa is actief in de hele aluminiumketen. Het beschikt over eigen bauxietmijnen, produceert aluinaarde en heeft fabrieken voor de productie van aluminium. In 1987 gaf de nieuwe CEO Paul O’Neill inzicht in zijn plannen voor Alcoa omdat het bedrijf kampte met een haperende productie. Bij één van zijn eerste presentaties wees hij zijn gehoor, bestaande uit investeerders, op de nooduitgangen. De investeerders haalden hun schouders op. Al snel was duidelijk wat O’Neill bedoelde; voor hem was veiligheid op de Vloer het allerbelangrijkst. De investeerders begonnen al wat te vermoeden: “Dit kan niet goed zijn voor onze investeringen … “. O’Neill ‘walked his talk’. Hij straalde het uit: veiligheid voor alles. De investeerders brak het koude zweet echter uit. Ten onrechte naar bleek. De prestaties schoten omhoog, en het verzuim door ziekte en ongevallen daalde aanzienlijk.

Een jaar na deze geruchtmakende toespraak behaalde Alcoa de hoogste winst uit haar geschiedenis. Hoe was dat mogelijk? Paul O’Neill verlegde de focus van productiviteits- en winstverhoging naar een onderwerp dat de medewerkers direct aansprak omdat het direct effect had op hun eigen welzijn, namelijk: Veiligheid op de Werkvloer. Deze aandacht voor veiligheid was geen schone schijn, maar een serieus onderwerp dat doordrong in alle lagen van de organisatie. Het veranderde het gedrag van de medewerkers. Niet alleen de veiligheid verbeterde, maar de samenwerking richting kwaliteit en trots vakmanschap groeide in hetzelfde tempo mee. Door de focus op deze ‘Keystone Habit’ ontstond binnen Alcoa op allerlei plaatsen nieuwe energie. De operators namen hun werkwijze en werkprocessen onder de loep. Hierdoor werden de onveilige productieprocessen aangepakt en gelijk ook efficiënter gemaakt.

De nadruk op veiligheid had een zeer krachtige invloed, het bleek een echte cultuurinterventie te zijn. Toen Paul O’Neill in 2000 met pensioen ging, was Alcoa’s omzet vijf keer zo groot als bij aanvang in zijn functie Hierover zegt hij zelf: “Ik wist dat ik Alcoa moest veranderen. Een medewerker wil wel veranderen, maar niet veranderd worden.. Dus besloot ik dat ik zou starten door te focussen op één aspect waarvan ze direct zelf het belang inzagen. Dat heeft gewerkt!”.

“I wanna talk to you about worker safety!”

Please follow and like us:
RSS
Follow by Email
FACEBOOK
Twitter
LinkedIn

Scoren: Altijd Met Elkaar Natuurlijk

“De komende jaren zullen we een verschuiving waarnemen. Creatieve doorbraken zullen niet meer komen van bekende geniale individuen. Deze doorbraken komen van samendenkende en -werkende gewone mensen wiens namen we nooit zullen kennen.”

Bovenstaande is een parafrase van een gezegde van Teresa Amabile, zij houdt zich al jaren bezig met creativiteit op de Werkvloer.

“Waar vind je nu meer ‘gewone mensen’ dan op de Werkvloer? Het verbaast me dat we die krachtbron vaak niet gebruiken.” Aan het woord is Fred van Beusekom, hij is lid van The Improvement Professionals (TIP). “Het viel me al vaker op dat bij het koffieapparaat het werk niet stopt. Problemen waar we tegenaan lopen, komen daar voorbij”, valt Bart van Muijden hem bij. Zoals zo vaak staan problemen nooit geïsoleerd op de Werkvloer. Als er een probleem is, heeft een ander er vaak al over nagedacht en gewerkt aan een verbetering. Het is de kunst mee te liften op die kennis. Vaak gebeurt door met elkaar in gesprek te gaan. Vragen stellen is een belangrijk onderdeel. Als we samendenken, gebeuren er soms mooie dingen.

Van Beusekom: “Binnen ons bedrijf gebeurde dit al. Wat komt er dan niet vrij aan creativiteit als we buiten de eigen bedrijfsgrenzen kijken? Ik kende een groep collega-operators van andere bedrijven die er net zo ver dachten. We hebben besloten TIP op te richten”. TIP staat voor The Improvement Professionals. Deze groep is voortgekomen uit de Travelling Operators (TOP) nadat zij een paar bedrijfsbezoeken hebben afgelegd.

Het is een vriendengroep die elkaar hebben leren kennen op de diverse Werkvloeren in de procesindustrie cq. levensmiddelenindustrie. Het begint allemaal bij de Melkunie in Hilversum. Een groot deel van de groep heeft een aanvullende opleiding gevolgd in de voedingsmiddelentechnologie. Sindsdien komen de oud-studenten en hun leraar Ysbrand Velzeboer bijeen en staat er jaarlijks een bedrijfsexcursie op de planning. De oud-studenten zijn uitgestroomd naar diverse bedrijven na de sluiting van Melkunie-Hilversum in 2005. Daar komen zij collega-operators tegen die dezelfde passie hebben: het onderling delen van kennis over het vakgebied en wat er verder reilt en zeilt op de Werkvloeren. Deze enthousiastelingen zijn toegetreden tot de groep en hebben samen TIP opgericht.

Ysbrand Velzeboer, de wegwijzer van TIP: “Die gasten lopen al meer dan dertig jaar rond op verschillende Werkvloeren. En geloof me, ze zijn nieuwsgierig. Ze houden hun oren en ogen open. Ik hoor hun verhalen doorspekt met humor altijd graag. Soms stel ik wat kritische vragen om hun denken uit te dagen en aan te scherpen. Dat krijgen ze al goed door. Bij het laatste bezoek was er een issue met de waterzuivering. Laten we nu ‘toevallig’ een TIP-per uit die wereld bij ons hebben. Door gerichte vragen te stellen, komt de vragensteller zelf tot inzichten. Een andere kijk op het probleem opent vaak een onverwachte richting voor de oplossing.”

TIP staat altijd open voor een ontmoeting. Ze werken naast vakgerelateerde oplossingen ook aan het verbeteren van de sfeer en communicatie op de Werkvloer. The Improvement Professionals doen van nature wat er staat in bovenstaand gezegde van Teresa Amabile. Ook onderschrijven zij het werk waarmee Professor Amabile bekend is geworden: ‘The Progress Principle’. Door samen kleine succesjes en progressie te boeken en dit samen te vieren (zie ook de titel van mijn column), werken we aan een inspirerende Werkvloer. “Van A naar Beter Werk noemen ze dat”, sluit Velzeboer af.

Mannen bij schoorsteenlogo duid

Please follow and like us:
RSS
Follow by Email
FACEBOOK
Twitter
LinkedIn

Re-Thinking Work……

Rethinking Work

“Four days earn a living, the fifth day follow your dream.” Earl Shoaff met een profetische blik in de jaren vijftig.

De mens lijkt overbodig op veel van de toekomstige Werkvloeren.Toch ontstaan er nieuwe banen in deze tijd. Echt?
Twee jaar geleden schreef de jonge historicus Rutger Bregman, ook voorstander van het onvoorwaardelijk basisinkomen, over de opmars van de ‘bullshit jobs’ – een term die is bedacht door de Amerikaanse antropoloog David Graeber. Het criterium van bullshit is de overtuiging van de persoon zelf. Als zij vinden dat hun werk bullshit is, dan hebben ze een bullshit job. Dit gevoel van nutteloosheid en apathie creëert een leeg gevoel: waarom moet ik dit werk doen? Dit is een van de redenen dat er zoveel mensen ongelukkig rondlopen op de Werkvloeren. Ze weten namelijk niet goed waarom ze elke dag de reis maken naar fabriek, kantoor, scheepswerf, ziekenhuis en meer. Naast dit gevoel van ongenoegen stipt Graeber een andere paradox aan. Hoe duidelijker het is dat iemands werk anderen baat, hoe minder je er waarschijnlijk betaald voor krijgt. CEO’s, actuarissen en lobbyisten helpen niet direct mensen, maar krijgen wel een royaal salaris. Schoonmakers, verpleegsters en loodgieters horen niet tot de gelukkigen, maar dragen wel daadwerkelijk iets bij aan de samenleving.

Zelf kan ik niet in de toekomst kijken en heb geen idee waar het heengaat met het fenomeen Werk. Die reis volg ik met interesse op dit Blog.
“Zetten jullie de veiligheidsbril op?” De begeleider van een rondleiding legt de laatste hand aan de veiligheidsprocedures die tegenwoordig gelden op de Werkvloer. Vandaag is een groep studenten procestechnologie te gast. Het zal niet meer lang duren totdat deze operators van de toekomst instromen.

Bij procesindustrie moet je denken aan bedrijven die voedingsmiddelen, schoonmaakmiddelen of medicijnen produceren, of zorgen voor onze watervoorziening.
Een van de studenten is nieuwsgierig hoe de robots het werk doen. Een ander twijfelt of zij de geleerde technieken wel zal herkennen.
Het gestamp van de machines begroet de groep. Er zijn niet veel ramen, maar de daglichtlampen maken veel goed. Aan een lopende band staan twee mannen de producten in te pakken na een snelle controle. De studenten herkennen de pompen, sensoren, opnemers en besturingskasten uit de theorieboekjes. Ze wijzen druk en vragen de rondleider om meer uitleg.
Na een tocht langs meerdere opstellingen van machines en inpakrobots keren ze terug. De groep is stil; is dit het nu?
Ze zagen nog veel handmatige, zware, repeterende en soms smerige handelingen.

Bij de koffie blijkt dat er een verschil zit tussen de theorie van school en de praktijk in het bedrijf. De begeleider ziet aan de gezichten dat ze vragen hebben. “We proberen het zo leuk en inspirerend mogelijk te maken met elkaar. De groepsbinding is groot. We verbeteren waar we kunnen. Maar de robots staan bij ons nog in de kinderschoenen. Het is belangrijk dat de medewerkers zich veilig en goed voelen op de Werkvloer. Daglichtlampen, persoonlijke beschermingsmiddelen, het wisselen van werkzaamheden, individuele roosters……”

Een procesoperator komt erbij zitten. Er mogen vragen gesteld worden.
“Vindt u het werk leuk?”, vraagt een student. Tot verbazing van de groep antwoordt hij positief.
Bij doorvragen wat hij dan leuk vindt in het werk valt op dat hij toch het inkomen als eerste noemt, met daarna de collega’s en het product waar je trots op kunt zijn. Ze maken echt iets! “Maar er gaat wel veel tijd zitten in dat werken’. Het blijkt een gezegde te zijn die vaak over tafel komt in de pauze.

“Wat voor werk zou u het liefst doen?”
Het antwoord verbaast de groep; de geschetste werkzaamheden lijken in niks op het beeld dat nog op hun netvlies staat van de rondleiding.
De operator gaat verder: “Het is vreemd. Maar veel collega’s hebben vaak andere dromen over de ideale Werkvloer. Ze missen duidelijk iets. De gesprekken aan de koffietafel gaan door dat gemis vaak over vakanties. En hoe lang moet jij nog?”
“Toch niet langer dan acht uur, hoop ik”, mompelt een student bezorgd.
De operator lacht en legt uit dat het over de Algehele Ontsnapping Wet ( AOW) gaat.
“Dan is het toch raar dat jullie nog zo veel werken met al de nieuwe technieken zoals de pc bijvoorbeeld?” Die vraag blijft sudderen. De techniek schrijdt snel voorwaarts. In de jaren twintig van de vorige eeuw voorspelde de econoom Keynes dat we in deze tijd met 15 uur een volledige werkweek zouden maken. Hoe anders is het gelopen? Minder werken zou een oplossing zijn. We doen het niet!

We werken meer uren dan ooit en zijn 24/7 bereikbaar via sociale media en internet. De techniek- artificiële intelligentie, Big Data, nano-techniek, 3d-printing & robotisering- schijnt zich te bundelen en steeds sneller naar de toekomst te rennen.
De media schrijven over het komende verlies van veel banen. De lonen stijgen al jaren niet. Arbeid door mensen is niet schaars meer. Er doemt een angstscenario op. Een grote groep mensen die geen werk heeft en niet in het levensonderhoud kan voorzien.Ik kan het niet meer begrijpen. Aan de ene kant werken mensen veel uren, en aan de andere kant staat er veel talent werkeloos langs de kant

Het lijkt erop dat er genoeg verdiend wordt. Ten minste door de bedrijven en bezitters van de productiemiddelen. De productiviteit stijgt met minder mensen.
Misschien moeten we gaan omdenken wat de aanblik van de Werkvloer van de toekomst zal zijn? Een goede poging onderneemt Professor Skidelsky in onderstaande video.

De discussie over een andere inrichting van en een frisse blik op Werk kan niet vroeg genoeg beginnen. Het idee van Earl Shoaff kan een start zijn! Ik hoop dat de rondgeleide operators met plezier en voldoening kunnen blijven werken, al is het minder uren dan we nu doen.

 

Please follow and like us:
RSS
Follow by Email
FACEBOOK
Twitter
LinkedIn

Een ‘feestelijk’ oordeel…..

 

“In het oordelen over anderen doet de mens een onvruchtbaar werk!” (Thomas a Kempis)

 

Deze ochtend straalt iets vreemds uit. Er is een hoop reuring. In de kleedkamers, alwaar de operators zich omkleden, is het geen moment stil. Op andere dagen is het ook niet rustig, maar dit is toch anders. Het lijkt wel een groep schoolkinderen die op schoolreisje gaat. Uitgelaten en onrustig wachtend tot de bus komt voorrijden om ze richting het uitje te vervoeren.

De Werkvloer is niet bepaald een speeltuin. Dat zou de dagelijkse gang richting arbeid leuker maken. De media schrijft veel over de BV Nederland. Er zou veel te verbeteren zijn.Volgens Gallup is maar 9 procent van de Nederlandse werknemers geëngageerd. We scoren nog lager dan het gemiddelde wereldwijd. Burn out en onrust schijnen te regeren in fabrieken, kantoren, laboratoria, winkels, banken en de zorg.

Elk jaar hikken medewerkers aan tegen hun beoordeling. De leidinggevenden denken een prima instrument te hanteren. Zelf denk ik er heel anders over, zeker na het lezen van het verhaal van Arthur Gotlieb. Op 22 januari 2014, maakte Arthur Gotlieb (50), senior beleidsmedewerker van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), een eind aan zijn leven. In een bezwaarschrift van zeshonderd pagina’s tegen zijn beoordeling geeft hij aan hoe hij lijdt onder gebrek aan integriteit van het management, de non-respons van het management op zijn overbelasting, uitputting, tegenwerking, vernedering, verwaarlozing en buitensluiting. Zijn relaas is door de journalisten Joep Dohmen en Jeroen Wester bewerkt tot het boek Operatie ‘Werk Arthur de deur uit’. Een schokkend relaas over hen die denken te mogen oordelen.

“Allemaal gelul”, roept Jan de teamleider. “Mijn mensen balen als het vier uur is en ze naar huis mogen. Ik lijk soms wel een Ikea-winkelbediende die de winkel moet afzoeken of niemand zich verstopt heeft om de nacht over te blijven. Vooral de ballenbak verdient grondige inspectie.” In de fabriek dansen de machines op een eenvoudige cadans, gelijkend op de tonen van een bassist van een beginnende rockband. Radio’s spelen hun rol als achtergrondkoor. Sommige operators ondersteunen dit koor met luide stem en andere werknemers lijken te dansen tussen de transportbanden op de vloer.

“Gister vertelde ik nog een verhaal aan mijn zoontje”. Werkvoorbereider Leen is aan het woord. “Hoe vertel je een kind nu precies hoe leuk het is op het werk? Ik heb een verhaal bedacht dat ik vroeger op school hoorde. Dan vertel ik dat sprookje van die kleine gasten. Die kabouters.” Leen ziet sneeuwwit. Ziet hij weleens daglicht? De hal heeft weinig lichtinval van buiten. “Dan vertel ik over die zeven kleine gasten die elke dag fluitend en zingend naar hun werk lopen in de mijn. Geweldig!”

Bij navraag blijkt het de dag der dagen te zijn. Je weet wel. Dat zijn van die dagen dat er iets speciaals staat te gebeuren. Je hebt bijvoorbeeld bijna vakantie. De uitgelatenheid van vandaag heeft een hele andere reden. Ik moest raden, maar kon niks bedenken wat de reuring veroorzaakt.

Teamleider Jan helpt me uit de dromen. “Vandaag is de dag dat we ons beoordelingsgesprek hebben met de baas. Ik kan niet wachten! Ik hoop dat ik als eerste mag. En ik hoop dat mijn functioneringsgesprek er gelijk achteraan mag. Kicken….!” Ik hoop voor hen op een ‘feestelijk oordeel’!

Please follow and like us:
RSS
Follow by Email
FACEBOOK
Twitter
LinkedIn

Waar ben je bang voor?

Met dank aan Willem Scheepers van ManagementPro!

Door: Eric Smallenburg
Maandagochtend aan de koffietafel is meestal niet de gezelligste pauze. De eerste verplichte gang naar de Werkvloer om te voorzien in het levensonderhoud is overleefd. De werkweek is begonnen en de slaap op zondagnacht is niet de meest verkwikkende. Hoe zou dat toch komen?

Is het de aanblik van weer een week deadlines, mails, lastige opdrachten en verloren tijd? Evolutionair psycholoog Mark van Vugt onderbouwt vanuit de evolutie dat we niet gemaakt zijn om te werken voor een baas. In een ver verleden trokken we rond in kleine groepjes. Leiderschap werd gedeeld al naar gelang de situatie. De leider lag constant onder het oordelend vergrootglas van de groep. Hoe anders is dat nu?

Veel werkplekken hebben tl-verlichting; het natuurlijke zonlicht krijgt vaak weinig kans om de werknemers op te warmen.

Onze voorouders waren constant op hun hoede voor het gevaar dat loerde in de omgeving. Bij het signaleren van gevaar schakelde de oermens snel over op de fight-or-flight stand. Als de sabeltandtijger was afgeschud, kwam de groep tot rust bij het kampvuur om verhalen te delen. Hoe doen we dat in onze tijd?

Volgens Van Vugt dragen we de alertheid op de omgeving mee op onze tocht door grote, onpersoonlijke organisaties. Het is niet verwonderlijk dat we i.r.t. de Werkvloer veel horen en lezen over stress als reactie op deze omgeving.

Maar wat nou als we aankloppen bij het huis van Stress en Fear opendoet? Volgens klinisch psycholoog Robert Maurer bestaat stress niet. In zijn boek Mastering Fear vertelt hij dat we sinds 1936 veel lichamelijke en geestelijke ongemakken hebben opgelost maar stress hoort daar niet bij. In dat jaar gebruikte Hans Selye voor het eerst de term stress; het begrip kwam uit de metaalwereld om de belastbaarheid te beschrijven.

De symptomen van stress zijn o.a. nek- en rugpijn, slaapproblemen, kortademigheid, verminderde eetlust…. “Het zijn lichamelijke reacties op een mogelijke bedreiging, maar ook op een nog onbekende mogelijkheid”, aldus Maurer. Na studie viel het hem op dat mensen die succesvol omgaan met stress spreken van angst. Maurer geeft aan met het acroniem DANGER dat we vijf reacties hebben als we angstig zijn: D(epression), A(nger), N(egiotiate), G(riping), E(ating) en R(eaching for support).

De eerste vier reacties bieden een schijnoplossing. We moeten angst niet zien als ziekte, maar het behandelen als een ondersteunende evolutionaire reactie op de omgeving. De laatste optie Reaching voor Support is de beste volgens de auteur. We blijven toch sociale dieren. Het lijkt op de reactie van een vierjarig kind die ontwaakt uit een enge droom. Zoekend naar de veiligheid en steun die de ouders kunnen bieden. Voor mij is het wat verwarrend; de woorden stress en angst staan hier door elkaar. Terecht of onterecht, zegt u het maar.

Misschien moet ik tijdens de volgende pauze eens vragen aan een collega: ” Waar ben je bang voor?” Laten we hopen dat de persoonlijk verhalen aan de koffietafel op gang komen. Want als we willen gaan van A naar Beter Werk moeten we toch richting onbekend terrein.

“All adventures, especially into new territory, are scary“- Sally Rich, astronaut

Please follow and like us:
RSS
Follow by Email
FACEBOOK
Twitter
LinkedIn

Bijzondere tijden…..

Door: Eric Smallenburg
Bijzondere tijden….

Met dank aan Willem Scheepers van ManagementPro.
Het einde van het jaar is een tijd waarin we terugkijken, maar ook vooruitkijken. In de media zijn dergelijke items niet weg te denken. Ook eind 2016 volgde ik die trend. Op de radio speelt de DJ de lijst van de Top2000. Mijn gedachten gaan uit naar de Werkvloer. Ik loop al vele tientallen jaren rond op die plek. De Werkplek is geen statisch gegeven.

“En nu Het Dorp uitgevoerd door Wim Sonnevelt”, hoor ik de DJ nog zeggen. Op dat bekende Nederlandse lied gaan mijn gedachten op de loop……

“En in de fabriek van mijn werkgever

Zag ik machines staan

Elke dag de prikklok

Ik was een operator en wist niet beter.

Dan dat ’t nooit voorbij zou gaan.

De werknemers klitten wat bij elkaar

In overall en beatle-haar

En joelen wat tegen de vernieuwing

Ik weet wel het is hun goeie recht

De nieuwe tijd, net wat u zegt

Maar het maakt me wat melancholiek

Ik heb hun vaders nog gekend

Ze werkten toen nog voor een cent

De fabriek van toen, het is voorbij

Dit is al wat er bleef voor mij

Een foto en herinneringen

Toen ik langs de grote weg

De hoge fabriek nog zag staan

Ik was een operator, hoe kon ik weten

Dat dat voorgoed voorbij zou gaan.

Jaren geleden vertelde mijn vader het verhaal van opa die met de trekschuit een week onderweg was van Hilversum naar Amsterdam en terug. Vroeger was het een hele onderneming. Hoe snel gaat deze reis nu niet? Dit speelde nog geen eeuw geleden. Ook in die tijd vonden er vele veranderingen plaats. Wie herinnert zich niet de opkomst van automatisering en vele andere ontwrichtende technieken. Thuis, maar ook op de werkvloer.

Als procesoperator maak ik het al jaren mee. De machines groeiden in snelheid, veiligheid, kwaliteit en gemak. Ook werd de groep waarmee je het werk volbracht iedere keer kleiner. Andere banen kwamen op en gelukkig vonden velen emplooi in de andere branches. Ook in deze tijd staan vele nieuwe technieken te trappelen om het speelveld te betreden.

Als volger van ManagementPro blijf ik op de hoogte door de tweets en columns van Willem Scheepers. In die tweets staat vaak een link naar Singularity Hub. Daar zitten de knappe koppen bij elkaar. Het is een broeinest van creativiteit. Peter Diamandis haalt regelmatig aan dat de techniek exponentieel zal groeien. Wij zullen meer tijd hebben voor zinnige en creatieve zaken. Ook zal de prijs van de verschillende levensbenodigdheden spectaculair dalen door de overvloed.

Het woord Singulariteit verwijst naar een technologische singulariteit; een toekomstig breekpunt wanneer de technologische vooruitgang zo snel gaat dat mensen met hun tegenwoordige intelligentie de resulterende maatschappij niet meer kunnen begrijpen. Begrijpt u het nog? Energie zal gratis zijn in de toekomst, zegt Diamandis. Hij ziet de toekomst zonnig in.

Tevens lees je verhalen over de overbodigheid van de mens op de Werkvloer. Zie je in de fabrieken al steeds minder werknemers lopen. In deze tijd zijn er ook andere werkvloeren, naast de fabrieken, waarin de technologie zich zal laten gelden. Te denken valt daarbij aan de nanotechnologie, 3D-printing, artificiële intelligentie en robotisering.

Het is lastig in de toekomst te kijken. De meningen zijn verdeeld. Het ene veld zegt dat banen zullen verdwijnen en dat we de verdeling van inkomsten onder de loep moeten nemen. Een UBI komt vaak ter sprake. Rutger Bregman besteedt aandacht aan deze materie in zijn boek Gratis Geld voor Iedereen.

De andere kant zegt dat het waarschijnlijk is dat er vele, nieuwe jobs ontstaan waar we nu nog geen weet van hebben. Wie het weet, mag het zeggen. Zoals Willem Scheepers laatst tweette: We leven in bijzondere tijden.

Vele jaren geleden gaf Shakespeare ons een vraag mee in een van zijn werken. Als hij nu had geleefd, had hij misschien geschreven: “To work, or not to work. That’s the question?”

Oh ja, rest me nog alle lezers van ManagementPro Happy New Work, ehhh Year te wensen.

Please follow and like us:
RSS
Follow by Email
FACEBOOK
Twitter
LinkedIn

Ongelijkheid, een probleem op de Werkvloer…?

 

Met dank aan Eric Alkemade van Innovatief Organiseren.

Een oude column, maar nog steeds actueel……

Ongelijkheid in de maatschappij en in organisaties, is dat een probleem?
Door: Eric Smallenburg Gepubliceerd op 15 feb, 2015 in de rubriek Gastcolumns,
De toenemende ongelijkheid in rijkdom is een maatschappelijk probleem. Maar ook in organisaties bestaat ongelijkheid. In deze column worden twee boeken besproken die over ongelijkheid gaan, in de maatschappij en binnen organisaties.

De wind is nadrukkelijk aanwezig en doet de gevoelstemperatuur aanzienlijk dalen. Ik vlucht een boekenwinkel binnen waar het aangenaam vertoeven is. Niet alleen door de temperatuur, maar de winkel is ook goed gevuld met potentiële lezers. ‘Today a reader, tomorrow a leader’, las ik ooit ergens. Mijn oog valt op een grote stapel boeken waar veel mensen om heen staan. Ook ik pak één van de boeken; het is het bekende boek ‘Kapitaal in de 21e eeuw’ van de hand van Thomas Piketty.

Mijn hand glijdt over de achterflap. Piketty schrijft dat financiële ongelijkheid in de toekomst problemen kan geven. Het vuistdikke boek ‘Kapitaal in de 21e eeuw’ staat vol historisch onderzoek en statistieken. Op basis van zijn onderzoek komt Piketty tot de conclusie dat de bezitter van veel geld zonder moeite sneller rijk wordt dan de arbeider die zich voor een karig loon in het zweet werkt aan de lopende band. Op veel plekken in de wereld wordt die groeiende financiële ongelijkheid als een probleem beschouwd. Volgens velen heeft Piketty een belangrijk boek afgeleverd dat de toenemende ongelijkheid scherp aan de kaak stelt.

Het is toch een tijdje geleden dat ik een papieren exemplaar in mijn handen had. Het laatste papieren boek dat ik verslonden heb, is ‘Turn the ship around, a true story about turning followers into leaders’ (2013) van David Marquet. Marquet is kapitein op een onderzeeër van de Amerikaanse marine. Het is het verslag van een zoektocht naar verandering in een speciale omgeving. De auteur wil zijn medewerkers doen groeien en wil van een ‘Leader-Follower’ naar ‘Leader-Leader’ cultuur toe. Dit gaat niet zonder slag of stoot en levert een zeer interessant en leerzaam boek op.

Een gedeelte dat ik niet snel zal vergeten gaat over de ongeoorloofde afwezigheid van één van de bemanningsleden, Sled Dog. Ongeoorloofde afwezigheid is een ernstig vergrijp binnen de marine. De officieren staan al klaar met hun oordeel: straffen die hap. Marquet kent Sled Dog als een harde en toegewijde werker. Hij gaat op onderzoek uit. De matroos vindt hij slapend aan in een barak aan de kade. In plaats van hem gelijk te beschuldigen, gaat Marquet het gesprek aan met Sled Dog. Het blijkt dat de matroos zwaar oververmoeid is en niks anders kan doen dan naar zijn lichaam luisteren. De zware diensten die Sled Dog heeft gelopen, zijn de reden van zijn ongeoorloofde afwezigheid. De officieren hebben hier geen last van. Hun privileges maken dat zij veel minder vaak en minder zware wachtdiensten draaien. Dit zet de kapitein aan het denken en hij besluit deze onrechtvaardige ongelijkheid aan te pakken.

Ongelijkheid in de maatschappij leidt volgens Piketty tot problemen. In hoeverre kan ongelijkheid op de werkvloer ook problemen veroorzaken? En hoe staat het hiermee in uw organisatie?

Please follow and like us:
RSS
Follow by Email
FACEBOOK
Twitter
LinkedIn

Ideeën uitwisselen tussen vakmensen, een onderschat fenomeen op de Werkvloer…

 

Met dank aan Eric Alkemade van Innovatief Organiseren……

Over ideeën uitwisselen tussen vakmensen onderling: de TOPPERS op tournee
Door: Eric Smallenburg Gepubliceerd op 22 mrt, 2015 in de rubriek bedrijven, Gastcolumns, Innovatie in het nieuws
Kennisbank onderwerpen: Innovatie, Management Development
Bij het lezen van ‘Toppers’ denkt u natuurlijk gelijk aan een volle ArenA, maar dit verhaal begint in de Jaarbeurs te Utrecht.

“Nieuwsgierigheid naar kennis over het vakgebied maakt het verschil tussen gewoon presteren en excelleren”, aldus een Portugese arbeidsfilosoof. Waar beter kun je die nieuwsgierigheid bevredigen dan op een vakbeurs? In najaar 2014 vond de beurs ‘Industrial Processing’ plaats, de grootste vakbeurs voor de totale natte en droge procesindustrie in de Benelux. Bij procesindustrie moet je denken aan bedrijven die voedingsmiddelen, schoonmaakmiddelen of medicijnen produceren of zorgen voor onze watervoorziening. De exposanten op de beurs tonen de laatste trends, producten en ontwikkelingen op het gebied van procesapparatuur, -engineering en -automatisering. Allerlei noviteiten wachten daar op nieuwsgierige beursgangers.

Altijd nuttig zo’n beurs, maar zeker zo leerzaam is het als operators van verschillende bedrijven samen in gesprek gaan over zaken die hun bezighouden. Als je een probleem hebt, heeft een ander er vaak al over nagedacht en het probleem opgelost. Het onderzoekend verkennen (‘exploratie’) en het verspreiden van kennis (‘idea-flow’) zijn voorwaarden in de zoektocht naar optimalisatie binnen organisaties. Tenminste dat beweert Alec Pentland. Hij is de auteur van het boek ‘Social Big Data’ (2014). De nieuwe technologie maakt dat mensen steeds meer digitale broodkruimels rondstrooien. Deze broodkruimels pikt men op en de gigantische hoeveelheden data kunnen als onderzoeksmateriaal dienen. In een interview in Trouw beweert Pentland dat vele sociale dogma’s gaan sneuvelen. Zo schrijft Pentland dat samenwerking en uitwisseling van ideeën een veel adequatere verklaring zijn voor hoe het er in de economie aan toegaat dan rivaliteit en concurrentie. In zijn boek laat Pentland bijvoorbeeld zien dat pauzes een belangrijk onderdeel zijn van de werkdag. Belangrijk omdat medewerkers dan met elkaar in contact komen en op verkenning uit kunnen gaan. Aan het woord is Pentland:

‘Exploratie wil zeggen dat de leden van een groep op zoek gaan naar nieuwe ideeën van buitenaf en deze in de groep brengen. Exploratie voorspelt op haar beurt zowel innovatie als creatieve output. Omdat innovatie de belangrijkste drijvende kracht is achter langdurig goed functioneren, dienen managers de exploratie van nieuwe ideeën te bevorderen door medewerkers te helpen allerlei vormen van interactie tussen mensen mogelijk te maken.’

Bij mij ging bij het lezen hiervan gelijk een lampje branden! Wat nu als operators uit verschillende bedrijven en vakgebieden een kijkje zouden nemen in een elkaars keuken? Wat zou dat op kunnen leveren? Op 16 januari hebben we dit idee omgezet in concrete actie. Twaalf medewerkers van Sanquin, Waternet, Yakult, ScientaNova, Van Son Inkt en Abbott zijn op bezoek gegaan bij Chrysal, een vergelijkbaar bedrijf in de procesindustrie, maar actief in een andere branche. De operators uit verschillende bedrijven keken naar elkaars processen en uitdagingen door hun eigen bedrijfsbril. Zaken die opvallen werden gedeeld en verbeteringen werden getoetst of deze voor uitvoering in het eigen bedrijf aanmerking zouden komen. Het was zondermeer een vruchtbare middag. Zo eenvoudig en concreet kan ‘exploratie’ zijn!

En misschien is samenwerken ook nog eens gezelliger en leuker, criteria waar ‘echte’ economen geen oog voor hebben. Pentland vond na onderzoek dat de productiviteit van callcentermedewerkers verbeterde door ze tegelijk te laten pauzeren, in plaats van na elkaar. Hun belangrijkste productiviteitsmaatstaf, de ‘gemiddelde afhandeltijd van een telefoongesprek’, steeg doordat zij in hun pauzes praktijksituaties met elkaar deelden.

Oh ja, TOP in de titel staat voor Travelling OPerators. De TOP-pers bestaan uit Eric Witteveen, Gerjan Getkate, Eric Smallenburg, Fred van Beusekom, Ysbrand Velzeboer, Dave Kordesius, Marco Stam, Jeroen Dorlandt, Peter van Dijk, Bart van Muijden, Siegfried Poss en Rene Engelshoven.

Of zij nog een keer op tournee gaan? Het eerste collegiale bedrijfsbezoek smaakt zeker naar meer!

 

Please follow and like us:
RSS
Follow by Email
FACEBOOK
Twitter
LinkedIn

Hallo wereld.

WordPress biedt goede mogelijkheden ons verhaal te vertellen. Samen The Improvement Professionals ontwikkelen we initiatieven om te komen tot een swingend geheel op de Werkvloer. Wat speelt daar en wat houdt de medewerkers bezig? We zijn voorstanders van het uitwisselen en delen van kennis en ideeën. Al tientallen jaren lopen we rond op diverse Werkvloeren. Al die tijd hebben we onze ogen en oren open gehouden en veel geleerd. Onze kracht ligt daar ook; we spreken de taal en kunnen ons inleven in de dagdagelijkse realiteit van onze collega’s. We hebben geleerd breder en anders te kijken naar de Werkvloer, en zetten ook de leiding aan het denken zodat deze tot nieuwe perspectieven kan komen.
Eind 2017 beginnen we onze reis……

Please follow and like us:
RSS
Follow by Email
FACEBOOK
Twitter
LinkedIn